Symposium 2026
Tussen mij en mezelf
Over de architectuur van het intieme
in samenwerking met Archipel vzw
Wanneer
Zaterdag 24 oktober 2026
Waar
DE WINKELHAAK | HOUSE OF C
Lange Winkelhaakstraat 26
2060 Antwerpen
Programma
Dagvoorzitter: Wouter Hessels
- 09u30 Ontvangst/koffie
- 10u00 Trees Traversier
Inleiding
- 10u10 -10u50 Hera Van Sande
Ma: architectuur van het tussen
- 10u50 – 11u30 Marc De Kesel
Architect van een oeverloos eiland
Psychoanalytische kijk op het ‘zelf’ als ruimte
- 11u30 – 11u50 Koffiepauze
- 11u50 – 12u30 Wim Goes
Weerstand omarmen als een uitnodiging tot betrokkenheid
Flagshipstore Yohji Yamamoto, Antwerpen
Een project van Wim Goes Architectuur
- 12u30 – 13u00 Charlotte Van den Broeck
In dialoog met psychoanalytica Trees Traversier en architect Hera Van Sande
n.a.v. het boek Waagstukken
- 13u00 – 14u00 LUNCH
- 14u00 – 14u40 Ariane Bazan
Over het verlies van Ma, en wat ons drijft: het verrijzen van een mentale architectuur.
- 14u40 – 15u20 Barbara Haverhals
Ritme als ruimte
- 15u20 – 15u40 Koffiepauze
- 15u40 – 16u20 Kana Arioka (JP)
Becoming me in between
- 16u20 – 16u50 DISCUSSIE
- 16u50 – … Nomimono & tabemono
Abstracts
Algemeen
Gaat de psychoanalyse er niet vanuit dat tussen mij en mezelf een ‘tussen in’ gaapt: de ruimte van onbewuste wensen en verlangens? We gaan in gesprek met verschillende stemmen, tussen psychoanalyse en architectuur. Dit symposium laat zich inspireren door het Japanse ‘ma, de filosofie van het tussenin,’ om naar de menselijke psyché te kijken. Ons bewustzijn met zijn zelfverzekerd ‘ik’ situeert zich in een eigengereid ‘in-between’ waar dat ‘ik’ hoegenaamd niet alle touwtjes in handen heeft: een ruimte die als een hardnekkig ‘tussenin’ gaapt en blijft gapen tussen wie ik denk te zijn en wie ik wens te zijn, tussen wat ik verlang en wat dat verlangen belooft in te lossen.
Ma, 間, Japans voor ‘ruimte’, kreeg een specifieke betekenis die zich over tal van domeinen van de Japanse cultuur uitstrekt en die voor westerlingen, zacht uitgedrukt, niet altijd makkelijk te vatten is. Waar bij ons ‘ruimte’, naast ‘tijd’, een neutrale grootheid is, een ‘dimensie’ die de dingen laat zijn wat ze zijn zonder daar een invloed op uit te oefenen, veronderstelt een Japanse ma een ruimte die op subtiele wijze op de een of andere manier wel een soort samenhang met de dingen kent die er zich in bevinden, net zo goed als dat de dingen op zich door die ruimte geaffecteerd, beïnvloed, zo niet bepaald worden. Ruimte is een ‘tussenin’ dat als zodanig inwerkt op hetgeen waartussen ze is. De architectuur van de ruimte ‘tussen mij en mezelf’: geïnspireerd door het Japanse ma (en specifiek door de weerslag van dit ma op Japanse architectuur) organiseren Archipel en Psychoanalyse & Cultuur een symposium over de ruimte die ons tot in ons intiemste zelf van onszelf gescheiden houdt.
Tekst: Marc De Kesel
Hera Van Sande, Ma: architectuur van het tussen
Het Japanse begrip ma (間) nodigt uit tot een verschuiving van statische ruimte naar ruimte als gebeurtenis. Wat betekent het om ruimte te begrijpen als een relatie? Ma is geen leegte, maar een geladen interval — een spanning tussen dingen, mensen, ritmes en betekenissen. Het is een actieve conditie die bepaalt hoe iets verschijnt, hoe het wordt ervaren, en hoe het zich tot iets anders verhoudt. Het is precies daar dat ruimte begint te werken: in de overgang tussen buiten en binnen, in de drempel die vertraagt, in de schaduw die een ruimte diepte geeft, in de leegte die gebruik genereert. Ma manifesteert zich in het ritme van kolommen, in de stilte van een patio, in de tijd die nodig is om een ruimte te doorkruisen.
In 1978 werd ma in het Westen geïntroduceerd via de tentoonstelling ma: Espace-Temps in Parijs, gecureerd door Arata Isozaki. Ma werd er niet gepresenteerd als een vormelijk principe, maar als een ervaring, waarin ruimte en tijd onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. Isozaki toonde hoe betekenis ontstaat in de pauze, in de breuk, in het moment van overgang — en hoe precies dat ‘tussen’ een culturele en zintuiglijke constructie is. Architectuur wordt er opgevat als choreografie van beweging, waarneming en aandacht. De gebruiker is geen toeschouwer, maar een deelnemer die het ma telkens opnieuw actualiseert. Betekenis ontstaat in een veld van relaties, onderbrekingen en verschuivingen, in wat niet vastligt, maar zich tussen in telkens opnieuw vormt.
Hera Van Sande is ingenieur architect en doctor in de ingenieurswetenschappen. Met een passie voor Japan onderzoekt ze hoe ruimte zich tot de mens verhoudt. Doceert aan KU Leuven en VUB. Artistiek leider van Archipel vzw.
Marc De Kesel, Architect van een oeverloos eiland. Psychoanalytische kijk op het ‘zelf’ als ruimte
Wat als ook ‘wij’, ons innerlijk zelf, vooral als ‘ruimte’, tussenruimte, moet worden gedacht? Wat als wij niet zomaar ‘onszelf’ zijn, maar eerst en vooral de ruimte ‘tussen ons en onszelf’, een ruimte waarover wij weliswaar denken er heer en meester over te zijn, maar waarin we sneller verdwalen dan ons lief is? Waarin we onbewust misschien altijd aan het dolen zijn? Freud had het over het onbewuste als een nog te ontdekken duister continent. Anders dan we geneigd zijn te denken, is het onbewuste niet dat continent veraf, maar die oeverloze ruimte binnen, een ‘ruimte’ met de connotaties die Japanners aan hun woord ma geven. Van die ruimte moeten wij de architect zijn, terwijl het tegelijk die ruimte zelf is die, meer dan we kunnen denken, onze architect is.
Aankijken tegen de mens als een intiem ‘ruimtewezen’, als een architectonisch project dat, als het erop aankomt, aangestuurd wordt door de ruimte waarin het wordt opgetrokken: het kan zonder overdrijven gelden als een rake formulering voor de psychoanalytische subjecttheorie die Jacques Lacan in de twintigste eeuw uitdokterde.
Marc De Kesel, filosoof, essayist, emeritus-hoogleraar (Radboud Universiteit, Nijmegen). Vanuit filosofisch perspectief publiceert hij over kunst- & cultuurkritiek, lacaniaanse theorie, Shoah-receptie en religie- & mystiektheorie. Hij is bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse & Cultuur.
Wim Goes, Weerstand omarmen als een uitnodiging tot betrokkenheid
(over Flagshipstore Yohji Yamamoto, Antwerpen
Een project van Wim Goes Architectuur)
“When people start trying on clothes, that’s when clothing starts its life.
History is only meaningful within a community interflowing clothing and people”
aldus Yamamoto.
Is het mogelijk om een architectuur te bedenken en te ontwerpen die op een vergelijkbare manier functioneert? Een architectuur die zichzelf niet op de voorgrond plaatst, maar transformatie mogelijk maakt, een verschuiving in perceptie, via inspanning naar betrokkenheid en participatie. Zou weerstand een uitnodiging tot genegenheid kunnen worden, en een katalysator voor actie, relatie en participatie? Door beweging ontstaat ruimte. Door het element tijd ontvouwt zich een overgang, van de ene staat van zijn naar de andere. Er ontstaat een ‘ruimte-tijd’-concept tussen de stad en intimiteit, tussen de kleding en mij. Er vindt verandering plaats. Terwijl het concept onstabiel en onvolledig blijft, gaat het ontwerpen door. Door expliciete betekenis achter te houden, stimuleert het werk de deelnemer om zijn eigen proces van betekenisgeving op gang te brengen.
De Yamamoto-winkel zal worden gepresenteerd als een casestudy om te onderzoeken hoe percepties van diepte, schaal en het verstrijken van de tijd verschillende ontmoetingen genereren. Of, zoals Bruno Taut het omschreef, ‘architecturalised interrelationships’, en zoals Yamamoto het noemde, ‘the air in-between the body and the clothes’.
Wim Goes Architectuur werd opgericht in 1999 en is (inter)nationaal bekroond. Hoogleraar op het gebied van architectuur en design aan de KU Leuven, Faculteit Architectuur, Sint-Lucas, campus Gent. Auteur van diverse boeken, met als belangrijkste ‘Reverse Perspective’ en ‘Doppler Effect’. Hun werk is op grote schaal gepubliceerd.
Charlotte Van den Broeck, Interview met Trees Traversier en Hera Van Sande n.a.v. het boek Waagstukken
In Waagstukken presenteert Charlotte Van den Broeck, elegant laverend tussen beschouwing en vertelling, dertien teksten over tragische architecten. Het zijn de verhalen van bekende en vergeten bouwmeesters die zelfmoord pleegden op of in een door hen ontworpen gebouw, of omwille van dat gebouw. Hun ingreep in de openbare ruimte mondt uit in een mislukking, of wordt door hen op een fatale wijze zo ervaren. Ze hanteren het gereedschap van de hoogmoed, maar falen.
Van den Broeck reisde de afgelopen jaren deze architecten en hun noodlot na. In een tocht langs hun laatste bouwwerken onderzoekt ze het verband tussen persoonlijk en publiekelijk falen, tussen het belang van de openbare ruimte en de autoriteit van de (doorgaans mannelijke) architecten. En natuurlijk is er een verband tussen bouwen en schrijven – want is niet alle scheppen een vorm van waaghalzerij?
Charlotte Van den Broeck studeerde taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent en woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. In januari 2015 debuteerde ze bij De Arbeiderspers met Kameleon, een bundel beeldende en verhalende gedichten, bekroond met de Herman de Coninck Debuutprijs. In 2019 verscheen haar prozadebuut Waagstukken, waarvoor ze de Confituur Boekhandelsprijs 2020 ontving. In 2023 werd haar de Jonge Veer toegekend. In 2025 won ze de Boekenbon Literatuurprijs met Een vlam Tasmaanse tijgers en de Karel van de Woestijneprijs voor Aarduitwrijvingen.
Ariane Bazan, Over het verlies van ma, en wat ons drijft: het verrijzen van een mentale architectuur
Wat we niet kennen van wat ons drijft, kunnen we pas in een achterafmoment duiden: de grip die wat ons drijft op ons heeft, mondt uit in producties, creatieve producties en symptomen – die vaak met elkaar samenvallen. Pas in die producties beginnen we de vorm te grijpen van wat ons had gedreven, pas in die producties krijgen we de middelen om iets te begrijpen. Psychoanalyse is zo ook het zoeken naar de vraag waarop het even overvloedig, en in vele vormen, antwoorden produceert.
Wat we zo onvermoeid in een terugkeerbeweging proberen te vatten, heeft de vorm van het Japanse ma (間) – met die nuance dat die tussenruimte best vergeleken wordt met het lege vakje in een schuifpuzzel: het is vanuit een tekort, een leegte, dat de psychische machine (de engine) wordt aangezwengeld. Dat Reële van het tekort is ook nog de trou-ma bij Lacan, het trauma als gaping, als tochtgat, als open ruimte, dat angstig met een overvloed aan imaginaire, vaak tegenstrijdige verhalen overdekt wordt. Een symbolische duiding kan soms de architecturale logica van het mentale skelet scherp blootstellen, veelal in de formule van het fantasma – waardoor de verhalen, vooreerst noodzakelijk als steigers, overbodig en afgebouwd worden. In deze visie is de ma tegelijk een leeg vakje en het kloppend hart van de mentale ingénierie.
Taal heeft diezelfde structuur en logica. Om in de taal te stappen, moeten we alle tussenruimtes verliezen, doof worden voor alle akoestische overgangen tussen de fonemen. Wie tot een talig apparaat komt dat snijdt, hoort niet langer alle ma’s tussen de fonemen – de ma’s die we nog wel horen in het ruisen van de wind, het stromen van het water, en die vaak bij autisme, en opnieuw soms bij dementie, wel in het klinken van de taal worden gehoord.
Ariane Bazan is hoogleraar Psychologie aan de Universiteit van Lotharingen (Nancy, Frankrijk). Ze leidt het onderzoekslaboratorium InterPsy en heeft een praktijk als psychoanalytica. Haar expertisedomeinen zijn de lacaniaanse neuropsychoanalyse, de freudiaanse metapsychologie en experimenteel psychoanalytisch onderzoek.
Barbara Haverhals, Ritme als ruimte
Het zou een uitspraak zijn van jazz-muzikant Miles Davis: “Music is the silence between the notes”.
De klinkende stilte van dit in-between, het stille interval tussen de omgevende noten is een sprekende illustratie van het Japanse ma concept. Een dynamisch veld waarin fluïditeit en stabiliteit, chaos en ordening zonder tegenstelling in mekaar kunnen overgaan. Het subject valt hier uiteen in een veelheid van momentane zelven.
In dit beweeglijke ‘tussen’ ontvouwt zich ook het ritme. Niet de pure herhaling van metronoom of centimeter, maar een levend ritme dat tijd genereert en ruimte schept. Op vlak van de gewaarwording behoort dit ritme tot de primordiale lagen van het psychische en het omringende landschap.
Barbara Haverhals is doctor in de filosofie, psychoanalytica, lid EBP-BSP, docent opleiding muziektherapie Lemmensinstituut Luca Arts Leuven, werkzaam in vzw Zonnelied en MFC Sint Franciscus.
Kana Arioka (JP), Becoming me in between
Er is een vraag die zich voordoet tussen ‘IK’ en ‘MIJZELF’. In de eerste plaats gaat het om de taal waarmee we ons uitdrukken. Het gaat om de manier waarop we ons verbinden met de ruimte om ons heen — een verbinding die vergelijkbaar lijkt, maar toch op de een of andere manier anders is.
Ma is de ruimte die ontstaat tussen het ene en het andere; het is ook de relatie zelf. In taal manifesteert het zich als een pauze, een ademhaling net voordat betekenis wordt overgebracht. Als de definitie van ma ligt in hoe we de nabijheid, afstand en dissonantie waarnemen die ontstaan tussen mensen, of tussen objecten, dan is het precies deze ma die de ruimte vormt die we ervaren en in het geheugen bewaren. Soms wordt het aangegeven door een afwezigheid van geluid, beweging of vorm, wat paradoxaal genoeg ons bewustzijn van het geheel verscherpt. Het schudt gevestigde relaties door elkaar en verandert op subtiele wijze de perceptie van subject en object. Door een transdisciplinaire benadering van architectuur – die ‘de ruimtelijke belichaming van het menselijk leven’* is – te hanteren, kan ik dichter bij ‘MEZELF’ komen en wordt een diepe verbinding met het dagelijks leven bevorderd.
In het werk LETTER PER LETTER wordt getracht de visuele overdracht van betekenis door middel van de deconstructie en reconstructie van grafemen te koppelen aan ontwerpmethodologie. Gedeconstrueerde taal wordt een unieke nieuwe taal, die uiteindelijk dient als uitdrukkingsmiddel en leidt tot de daad van het ontwerpen – het vormgeven van objecten. Zo ontstaan objecten als metafoor. Het lichaam dringt zich eraan op om ermee te spelen. Zorgvuldig uitgevoerde gebaren en rituelen zijn cruciaal. De toegepaste technieken zijn amateuristisch. Wat hier overblijft is een keten van herinneringen, verweven tussen tijd en ruimte. Dit is ‘MYSELF’. Het raakt aan de vraag naar mijn eigen bestaan. Mijn bestaan dat zich in het tussengebied bevindt, en daar ‘ME’ wordt. Het dubbelzinnige rijk wordt uiteindelijk essentieel, en onzekerheid komt naar voren tijdens de verkenning. Misschien is dit de plek waar we allemaal thuishoren. Wanneer ‘MYSELF’ dichter bij ‘ME’ wordt gebracht, ziet de wereld er anders uit.
Kana Arioka (JP) werkt over de grenzen heen tussen architectuur, design en kunst. Naast haar eigen architectuurpraktijk heeft ze in 2022 haar alter ego opgericht, waarmee ze haar interesse in de ‘bewoonde ruimte’ verkent – niet als leefruimte, maar als een complexe tekst waarin menselijke tijd en ruimte met elkaar verweven zijn. Haar werk legt de ideeën en verbeeldingen bloot die samenkomen in ‘bewoonde ruimte’, en de ruimte die zich hier ontvouwt gaat niet over de materieel omsloten ruimte, maar over ruimte als een keten van herinneringen gevormd door een dialoog met het lichaam.
Informatie over inschrijving volgt nog
Onlangs
2025
8 november
Voortdurend onbehagen
Hart, Haarlem
zaterdag 8 november 2025
Klik hier voor het programma
8 november
Voortdurend onbehagen
Hart, Haarlem
zaterdag 8 november 2025
Klik hier voor het programma
2024
30 november
De kleren van de keizer
Mode & psychoanalyse
De Cinema, Antwerpen
Klik hier voor het programma
30 november
De kleren van de keizer
Mode & psychoanalyse
De Cinema, Antwerpen
Klik hier voor het programma